vrijdag 17 september 2010

Stelling van de dag...(week 1)

In het boek The Media and Modernity stelt Thompson (1995) al eerder vast dat individuen steeds vaker terugvallen op hun eigen beschikbare middelen bij het vormen van hun identiteit. Binnen dit identiteitsvormingsproces spelen media een steeds belangrijkere rol. Juist door de grote expansie en toegankelijkheid van deze media vallen individuen niet alleen terug op hun eigen direct omgeving, maar vergaren ze hun kennis en informatie ook uit hun indirecte – non local knowledge – omgeving. Thompson (1995) deelt deze ervaringen op in de lived experience – ervaringen vanuit de directe omgeving – en de mediated experience – ervaringen via de media. Deze media zorgen er voor dat de postmoderne mens in contact staat met de hele wereld en hieruit ervaringen en kennis kan op doen. Deze kunnen veelal niet in de directe omgeving worden opgedaan. Waar de ervaringen en kennis binnen de directe omgeving zeer gering blijven, is de kennis die opgedaan kan worden via de media ‘open-ended’. De kennis en ervaringen zijn nooit ten einde. Iedere dag worden individuen opnieuw geconfronteerd met nieuwe informatie. Informatie waar individuen zelf kunnen kiezen of ze zich daarmee willen identificeren.Waar Thompson (1995) zijn bevindingen voornamelijk baseert op oude media vormen als Televisie, ben ik van mening dat juist de nieuwe media een nog grotere en cruciale rol spelen bij de identiteitsconstructie en ben het daarom eens met de volgende stelling.

“Nieuwe media spelen meer dan ooit een cruciale rol bij de identiteitsconstructie van de postmoderne mens"


Ook Frissen & De Mul (2000) stippen in hun artikel ‘Under Construction – persoonlijke en culturele identiteit in het multimediatijdperk’ deze cruciale rol aan. Zij stellen namelijk dat door de enorme toename van ICT mogelijkheden het aantal activiteiten waarin de post moderne mens aan zijn/haar persoonlijke en culturele identiteit gestalte kan geven. In dit huidige informatie en communicatie tijdperk wordt de relatie tussen het ‘zelf’ en anderen steeds meer gemedieerd. Het kan zelfs bepaald worden door ICT en media. Hier kan ik mijzelf in vinden. Waar Thompson (1995) duidelijk aanstipte dat media een belangrijke rol spelen in het identiteitsvormingsproces van de postmoderne mens, denk ik net als Frissen & De Mul (2000) dat nieuwe media er voor zorgen dat de postmoderne mens nog meer in contact staat met zowel de directe als indirecte omgeving. Via allerlei vormen van sociale media staan ze digitaal in contact met de omgevingen waar ze een groot deel van hun kennis en ervaringen opdoen. Die op haar beurt weer bijdragen in de vorming van hun persoonlijke en culturele identiteit. Daarnaast is de postmoderne mens nu meer dan ooit in staat om in zijn/haar eigen informatie te voorzien. Waar de visie van Thompson (1995)  nog  refereert aan oude media en de informatie voorziening daardoor vaak zeer gering en opgelegd was, is de informatie voorziening via nieuwe media bijna oneindig en veel selectiever van aart. Informatie voorziening via oude media zijn vaak gekleurd en daardoor minder objectief. De voorziening via nieuwe media zijn daarentegen veel objectiever van aart, doordat de postmoderne mens zelf kiest waar, wanneer en hoe hij/zij in zijn/haar informatie voorziet. Ook deze ontwikkeling speelt een cruciale rol binnen het identiteitsvormingsproces van de postmoderne mens. Frissen & De Mul (2000) ondersteunen deze visie door vijf belangrijke kenmerken – multimedialiteit, interactiviteit, virtualiteit, connectiviteit en transformatie van ruimte en tijd -  van het WWW te benoemen die een belangrijke bijdrage leveren aan de constructie van de identiteit van de postmoderne mens.

Kortom, media en in het bijzonder nieuwe media hebben een zeer sterke en grote bijdrage aan het identiteitsvormingsproces van de post moderne mens. Dit proces staat nooit stil en kent geen eind, doordat de post moderne mensen iedere dag geconfronteerd worden met nieuwe informatie die zij waar en wanneer zij maar willen kunnen raadplegen en doordat zij 24 uur per dag digitaal in verbinding kunnen staan met hun direct en indirecte omgeving. Nu meer dan ooit. Zowel voor hun persoonlijke als culturele identiteit. Sterker nog veel post moderne mensen hebben zelfs een digitale identiteit.


Bronnen:
Frissen, Valerie en Jos de Mul, Under Construction. Persoonlijke en culturele identiteit in het multimediatijdperk. Infodrome 2000.

Thompson, J. B. The media and modernity: A social theory of the media. Stanford: Stanford UP, 1995


Geen opmerkingen:

Een reactie posten