maandag 27 september 2010

Auteursrecht, tijd voor iets nieuws.. (week 2)


Donderdag 23 september heb ik een lezing van de directeur van Stichting BREIN – Tim Kuik – mogen bijwonen. Stichting BREIN – opgericht in april 1998 – formaliseert de samenwerking tussen auteurs- en naburig rechthebbenden op het gebied van piraterijbestrijding en bestrijdt intellectueel eigendomsfraude. Laat ik voorop stellen dat dit een nobel streven is en dat bescherming van het auteursrecht een belangrijke zaak is. Maar vergt deze bescherming anno 2010 geen andere aanpak? Is deze bestrijding in Nederland met de mogelijkheden die de nieuwe media bieden niet spreekwoordelijk als dweilen met de kraan open? Mijns inziens wel.

Kuik deelt de bestrijding op in twee zijden, namelijk de aanbod- en vraagzijde. Onder de vraagzijde vallen de gebruikers oftewel diegene die downloaden via P2P-filesharing programma’s. Bij de wet is het in Nederland niet verboden om te downloaden - ook wanneer dit via een onrechtmatige bron verkregen is - mits er geen verspreiding of commercieel belang in zit, dus alleen voor eigen gebruik/thuiskopie. Kuik interpreteert op geheel eigenwijze het woord commercieel als besparing. Hij kaart hiermee aan dat op het moment dat een persoon iets download via een onrechtmatige bron hij/zij bewust geld bespaart en daardoor uit commercieel belang handelt. Deze interpretatie klopt niet. De Van Dale schrijft voor dat commercieel het volgende betekend: ‘gericht op het maken van winst’. Winst betekend: ‘het bedrag van de verkoop, verminderd met de inkoopprijs plus onkosten’. In het downloaden via P2P-software is er geen sprake van een verkoopbedrag en daardoor ook geen commercieel oogmerk. In Nederland is daardoor niet mogelijk om downloaders van P2P filesharing programma’s civiel of strafrechtelijk te vervolgen, mits er een ander wetsvoorstel wordt aangenomen, zoals in landen als Duitsland en Frankrijk wel gebeurt is. 

Cock Buning & Ringnalda (2010) kaarten dit aan in hun artikel ‘Maatregelen tegen auteursrechtinbreuk door P2P-filesharing: wat leert het Umfeld ons?’. In Duitsland is zowel het uploaden als het downloaden en het kopieren van documenten uit onrechtmatige bron – uitgezonderd van de privé-kopie-exeptie (het kopieren van documenten uit rechtmatig verkregen bronmateriaal) - bij de wet verboden. Aanvankelijk ging de voorkeur in Duitsland uit naar het berechten via civiel recht, maar de nadruk ligt nu op het strafrecht. Het probleem in deze is dat het voor gebruikers moeilijk vast te stellen is of een bepaald aanbod legaal of illegaal is. Daarom is dit zeer moeilijk te handhaven en wordt er alleen op strafrecht overgegaan wanneer de onrechtmatigheid van het aanbod evident is. Dus eigenlijk is handhaving in deze kwestie bijna onmogelijk, omdat vaak vanuit de gebruiker niet aangetoond kan worden of het materiaal illegaal is. 

De maatregelingen in Frankrijk tegen gebruikers van P2P filesharing resulteerde  in eerste instantie in de Hadopi wet. Dit wetsvoorstel – waar stichting BREIN een voorstander van is –  kenmerkte zich door de thee-strikes aanpak. Een educatieve aanpak dat schenders van het auteursrecht na 2 waarschuwingen kan afsluiten van het internet en gedurende de afsluiting geen nieuw abonnement kan aangaan. Het probleem in deze kwestie is dat degene die zich bezighoudt met illegale filesharing niet altijd dezelfde persoon is die het internetabonnement aanhoudt, waardoor vervolging zeer lastig wordt. Uiteindelijk heeft dit geleidt tot een wijziging van het voorstel wat resulteerde in het aangenomen voorstel Hadopi-2. Hadopi-2 heeft een nadrukkelijk andere insteek dan het voorgaande. De afsluitingssanctie van maximaal een jaar kan worden opgelegd aan diegene die via het internet het auteursrecht schendt, dus diegene die zich daadwerkelijk  schuldig maakt en niet de abonneehouder. Het kan wel zo zijn dat de abonneehouder nalatig is geweest in zijn/haar toezichtplicht waardoor ook hij of zij maximaal tot maand afgesloten kan worden. Onlangs stond in een artikel van Webwereld.nl dat 40.000 Fransen hun eerste waarschuwing hebben gehad.

Hoewel de insteek van deze aanpak een goede educatieve waarde heeft, voorzie ik ook in deze veel problemen, want diegene die is afgesloten mag geen abonnement meer aangaan. Maar hoe zit het met het steeds maar groeiende mobiele internet? Het aanbod van mobiel internet wordt steeds groter en uitgebreider. Uit het onderzoek 'Next Web 2010' van Ruigrok/Netpanel maakt 1 op de 10 Nederlanders gebruik van mobiel internet. Het is mogelijk om de mobiele telefoon als modem te gebruiken, maar er zijn ook prepaid oplossingen voor mobiel internet. Daarnaast zijn er ook vele openbare WiFi verbindingen. Dus er blijven altijd mogelijkheden om toegang te verkrijgen tot het internet, waardoor het probleem eigenlijk niet tegengegaan wordt. De creativiteit van diegene die is afgesloten wordt alleen op de proef gesteld.

Door de bovengenoemde maatregelingen worden de problemen niet opgelost, tegengegaan of bestrijdt. De huidige wetsvoorstellen zijn dermate opgesteld, dat er bijna niemand vervolgd kan worden. Daarom zal er een andere benadering gekozen moeten worden. Maak van je vijand je vriend. Bestrijd je vijand niet, maar gebruik hem in je voordeel.  Het artikel ‘Confessions of an intellectual (Property)” van McLeod (2005) biedt voor deze visie goede inzichten. Het artikel richt zich op de controverse rond het Grey Album van Danger Mouse. Een album dat is samengesteld uit de instrumentaria uit The White Album van The Beatles en de lyrics uit The Black Album van Jay-Z. De controverse rond dit album begon op het moment dat EMI – rechthebbende van het intellectueel eigendom van The Beatles – ook de fans van dit album (diegene die een link of het album op hun website hadden geplaatst) aanklaagden wegens schending van het auteursrecht. Onder hen is de schrijver van het artikel K. McLeod. Hij kaart in zijn artikel aan dat het idee van een collage – het mengen van verschillende bestaande muziekstukken/geluiden – al een eeuwen oud begrip is en dat het auteursrecht zich daar nog niet in aan heeft gepast . McLeod (2005) noemt het een “outdated copyright regime”. Hij plaatst het begrip collage in een historisch perspectief en duidt hiermee aan dat er destijds ook geen maatregelingen zijn getroffen. Het stimuleert volgens hem juist de creativiteit van de muziek industrie. Tim Kuik daarentegen zegt dat de inbreuk op het auteursrecht de creativiteit van de auteur schaadt en dat de muziek industrie – door een gemis aan inkomen – in zijn geheel aan creativiteit verliest. In mijn optiek stimuleert en zoals McLeod (2005) ook aan kaart het gebruik van bestaande muziekuitingen de creativiteit van de gehele muziek industrie. Hierin doel ik niet op het domweg downloaden van muziekbestanden, maar het gebruik van muziekbestanden om eigen creatieve uitingen te creëren. McLeod (2005) geeft hierin in het voorbeeld van het fenomeen Mash-Up. De Mash-Up is een fenomeen dat door de creatieven op het web is ontstaan en uiteindelijk is overgenomen door de muziek industrie. Ook in het verlengde van The Grey Album heeft Jay-Z hier handig op in gespeeld, door een eigen a-cappella album uit te brengen. Kortom, ik ben van mening dat de creativiteit binnen de muziek industrie juist gestimuleerd wordt door het gebruik van bestaande muziek uitingen. De muziekindustrie wordt op nieuwe ideeën gebracht.  Nieuwe muziek talenten en ideeën ontstaan op het web. De huidige muziekindustrie zal juist moeten kijken naar de kansen die de uitingen op het web te bieden hebben. Ze zouden juist met diegene moeten samenwerken

Verder blijkt uit verschillende onderzoeken, zoals genoemd op Arstechnica.com dat de muziekindustrie nog steeds meer omzet genereert dan de jaren daar voor. En mocht de muziekindustrie als nog verlies leiden, dan worden hier vaak niet de cijfers van het aantal CD releases en de toetreding van nieuwe artiesten in meegenomen. Daarnaast is een groot platenlabel als SONY BMG zelf een groot facilitator van dragers voor MP3's. Wanneer het downloaden van MP3's bemoeilijkt wordt, zullen waarschijnlijk ook de inkomsten van deze dragers verminderen.
Het blijft kortom een zeer delicate kwestie, maar in mijn optiek zullen juist de artiesten en de platenlabel's een meer creatieve aanpak moeten aanmeten. Ze zullen juist van hun vijand hun vriend moeten maken, want het zijn juist de creatieven op het web die hen kunnen aanzetten tot nieuwe ideeën. Werk daarom juist met deze personen samen in plaats van ze te bestrijden. Daarbij denk ik dat de fanbase van vele artiesten juist groeit door het gebruik van P2P-programma's, waardoor ze juist meer in moeten spelen op het geven van concerten of belevingsconcepten (denk hierbij ook aan de snel groeiende game-industrie). Het zijn namelijk vaak de downloaders/piraten zelf die juist wel de muziek op legale wijze verkrijgen, aldus een artikel op Arstechnica.com.

Ik zal zeggen: Keep your friends close, but your enemies closer

Literatuur:
M. de Cock Buning en A. Ringnalda, Maatregelen tegen auteursrechtinbreuk door P2P-filesharing: wat leert het Umfeld ons?, AMI 2010-1, p. 1-11.

McLeod, Kembrew. “Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic.” Popular Music and Society 28 (2005): 79-93.

Websites




1 opmerking:

  1. Hoi,

    ik probeerde commentaar te plaatsen op je blog. Dit ging echter niet omdat de URL request te lang zou zijn. Dus ik stuur je maar ff een link naar mijn blog met die opdracht:
    http://w2wiebenga.blogspot.com/2010/10/commentaaropdracht-over-jordy-bossen.html

    grtz,

    Rens Wiebenga

    BeantwoordenVerwijderen